Willekeurige berichten:
Auteursrecht in de snackbar
 

en Kathy ook…..

20 oktober 2010

Ik berichtte gisteren al over het kort geding tussen het Japanse bedrijf Sanrio, bekend van Hello Kitty, en Mercis BV, het bedrijf dat Nijntje exploiteert. 

Tijdens de zitting haalde Sanrio ongemeen fel uit naar Bruna door te stellen dat hij en niet de Japanners zich schuldig zou hebben gemaakt aan plagiaat.  “De oorspronkelijke Nijntje zag er héél anders uit dan nu, namelijk met spitse oren. Kennelijk heeft Nijntje de afgeronde oren overgenomen van Kathy.”

De rest van het betoog van Sanrio bestond vooral, zoals te verwachten viel, uit het ontkennen van de bewering dat de twee konijntjes sprekend op elkaar lijken. Naast de verschillen die ik al eerder noemde heeft Sanrio ook gewezen op het feit dat Kathy haar armen anders houdt. Ook stelt Sanrio dat Kathy volkomen is gebaseerd op het populaire poesje Hello Kitty, een ander karakter van Sanrio, maar dan zonder snorharen en met konijnenoren.

Uitspraak volgt over 2 weken.


Nijn is boos

19 oktober 2010

Het Japanse bedrijf Sanrio, bekend van Hello Kitty, produceert sinds vorig jaar kleding en speelgoed waarop een look -a – like van Nijntje staat. Het betreft het konijntje Kathy die inderdaad in dezelfde stijl als Nijntje is vormgegeven. Een strikje op haar hoofd en een neus in plaats van een mond zijn verschillen die direct opvallen.

Nadat sommaties aan het adres van Sanrio niets hielpen, is nu dus besloten het Japanse bedrijf in kort geding te dagvaarden Vandaag eist Bruna onmiddellijke stopzetting van de productie en verkoop van alle Kathy-producten op straffe van een dwangsom van 50.000 euro per dag.

 


Uitputting merkrechten lastiger tegen te gaan

18 oktober 2010

Met de meest recente uitspraak in de zaak Makro/Diesel (Hoge Raad van 15 oktober 2010) is het in bepaalde situaties voor de merkhouder lastiger om uitputting van zijn merkrechten tegen te gaan.

Het gaat in deze kwestie om het volgende.

 

Feiten

Diesel heeft via een exclusieve distributieovereenkomst in Spanje, het exclusieve recht tot verkoop van Diesel schoenen gelicentieerd aan het bedrijf genaamd FlexiCasual. Onderdeel van de overeenkomst is een beperkt recht om schoenen naar eigen ontwerp in te zetten voor marktverkenning. Flexi verleent op haar beurt aan het bedrijf Cosmos een ruime toestemming om schoenen onder de DIESEL merken te verkopen in Spanje. Cosmos produceert vervolgens eigen DIESEL schoenen, welke schoenen zijn gekocht en in Nederland verkocht door de Makro. Tegen deze verkoop heeft Diesel bezwaar gemaakt. Makro beroept zich onder meer op uitputting van de merkrechten van Diesel omdat de schoenen door of met (impliciete) toestemming van Diesel in de Gemeenschap in het verkeer zouden zijn gebracht. Na procedures bij Rechtbank en Hof, komt deze zaak in 2008 bij de Hoge Raad.

Parallelimport

Bij parallelimport is de hoofdregel dat een merkhouder zijn merkrecht niet kan inroepen indien de waren door hem of met zijn toestemming in de Gemeenschap in het verkeer zijn gebracht. (Artikel 7 lid 1 Merkenrichtlijn)

Davidoff Leer

In de Davidoff uitspraak is door het Hof van Justitie bepaald dat dergelijke toestemming ook impliciet kan geschieden, en dat het er bij impliciete toestemming om gaat dat de nationale rechter met zekerheid kan vaststellen dat de merkhouder afstand heeft gedaan van zijn recht om zich te verzetten tegen het in de EER in de handel brengen. Dat wordt niet snel aangenomen waarmee de Davidoff leer de merkhouder een grote mate van bescherming biedt tegen parallelhandel van zijn producten.

Buiten de EER

Omdat de hoofdregel van Davidoff voortvloeit uit en is toegepast op de situatie dat goederen eerst buiten de EER in het verkeer zijn gebracht (en later werden geïmporteerd) stelde de Hoge Raad in deze Diesel zaak op 11 juli 2008 de vraag aan het Europese Hof van Justitie of deze regels ook gelden als het gaat om de beantwoording van de vraag of de waren met toestemming van de merkhouder voor het eerst binnen de EER in het verkeer zijn gebracht

EHvJ

In 2009 beantwoordde het Europese Hof van Justitie deze vraag met ja. Het Europese Hof stelde dat de in de Davidoff-rechtspraak van het Europese Hof ontwikkelde maatstaf voor de beoordeling of sprake is van impliciete toestemming van de merkhouder als bedoeld in art. 7 lid 1 van de Merkenrichtlijn, ook geldt voor goederen die door een derde die niet economisch is verbonden met de merkhouder zonder diens expliciete toestemming voor het eerst direct binnen de EER in het verkeer zijn gebracht.

Hoge Raad

De Hoge Raad past in haar arrest van afgelopen vrijdag deze uitleg nu toe door te overwegen:

“Zoals blijkt uit hetgeen de Hoge Raad in zijn arrest van 11 juli 2008 in 4 heeft overwogen, heeft in deze zaak als feitelijk uitgangspunt te gelden dat de schoenen niet door Diesel en evenmin met haar uitdrukkelijke toestemming direct binnen de EER (Spanje) in het verkeer zijn gebracht. Omdat in dit geval het antwoord van het HvJEU meebrengt dat de maatstaf uit de Davidoff-rechtspraak alleen toegepast dient te worden bij afwezigheid van economische verbondenheid tussen Diesel en Cosmos in de door het HvJEU bedoelde zin, is de beoordeling of het hof in deze zaak terecht de genoemde maatstaf heeft toegepast, afhankelijk van het antwoord op de vraag of Cosmos, de betrokken schoenen in Spanje in het verkeer heeft gebracht, economisch was verbonden met Diesel in genoemde zin. “ (§ 3.2.2)

 Economische Verbondenheid

Van dergelijke economische verbondenheid is bijvoorbeeld sprake indien de producten in het verkeer worden gebracht door:

  • dezelfde onderneming,
  • een licentiehouder,
  • een moedermaatschappij,
  • een tot hetzelfde concern behorende dochtermaatschappij
  • een alleenvertegenwoordiger.

 

Dit bepaalde het Europese Hof van Justitie al midden jaren 90 (IHT Danziger/Ideal Standard)

De Hoge Raad overweegt vervolgens dat het antwoord van het HvJEU meebrengt dat de maatstaf uit de Davidoff-rechtspraak alleen toegepast dient te worden bij afwezigheid van economische verbondenheid tussen de merkhouder en de derde. Daarom had het hof de Davidoff-maatstaf niet mogen toepassen zonder een onderzoek naar die economische verbondenheid te verrichten

Conclusie

Dit brengt in de praktijk mee dat bij zaken die gaan om uitputting, de vraag of er van economische verbondenheid sprake is van groot belang wordt. Indien de goederen voor het eerst in de EER in het verkeer zijn gebracht door een derde met wie deze economische verbondenheid er niet is, wordt de merkhouder nog altijd gesteund door Davidoff. Indien er in die situatie echter wél economisch verbondenheid is – en die is er al snel – moet de merkhouder met deze rechtspraak van goede huize komen om de uitputting te bestrijden.


Ondertussen in Reimerswaal….

12 oktober 2010

De gemeenter Reimerswaal is in rep en roer nu er een voor de gemeente onbekende persoon onder het account  ‘gem_reimerswaal’ berichten de wereld instuurt waar de gemeente niets mee van doen heeft.  De twitteraar heeft al 29 tweets geplaatst, maar is tot nog toe niet ontmaskerd. Saillant detail is dat de inhoud van de berichten van gem_reimerswaal feitelijk juist zijn. Wordt ongetwijfeld vervolgd.


Geen Champagne bij Jubileum Andrélon Shampoo

8 oktober 2010

     

Unilever moet alle flessen Andrélon Champagneshampoo uit de winkelschappen en distributiecentra terughalen. Met de verkoop van deze shampoo maakt het voedings- en levensmiddelenbedrijf inbreuk op de beschermde naam champagne, zo oordeelde de Haagse rechtbank vandaag op vordering van  het Comité Interprofessionnel du vin de Champagne (CIVC)      

CIVC organiseert en controleert de productie, distributie en promotie van Champagnewijnen. Zij behartigt de belangen van de producenten van champagnewijnen en van Champagnehuizen. In dat kader heeft CIVC ervoor gezorgd dat sinds 1 augustus 2009 de naam Champagne beschermen als oorsprongsbenaming in de zin van de – destijds geldende – Europese verordening.     

Unilever brengt onder het merk Andrélon diverse shampoos en conditioners op de markt. Ter gelegenheid van het 70-jarig bestaan van het merk Andrélon heeft Unilever een nieuw soort shampoo geïntroduceerd onder de naam “Champagne shampoo”. De Champagne shampoo is op de markt gebracht in de hierna links afgebeelde verpakking, waarbij een aantal flessen was voorzien van een gouden “nekhanger” zoals hierna rechts afgebeeld:      

 

     

 
 
 
 

     

      

      

      

     

     

   

Om het jubileum extra aandacht te geven maakte Unilever flink reclame voor de shampoo met champagne-extract. Zo heeft Unilever de marktintroductie van de Champagne shampoo vergezeld doen gaan van een tv-commercial, die circa 500 keer is uitgezonden. De commercial laat een tuinfeest zien waarbij personages uit eerdere Andrélon commercials met een glas champagne een toast uitbrengen op Andrélon.      

Daarnaast heeft Unilever voor de Champagne shampoo reclame gemaakt door plaatsing van de hierna afgebeelde advertentie in diverse bladen.     

Op 2 augustus 2010 heeft CIVC Unilever gesommeerd het gebruik van de oorsprongsbenaming Champagne te staken. Naar aanleiding van de sommatie van CIVC heeft Unilever de reclame voor de Champagne shampoo aangepast.    Lees verder.. »


Edammer en Goudse kazen beschermd

7 oktober 2010

Een mooie opsteker voor de Nederlandse kaasmakers; De Edammer kaas en Goudse kaas krijgen van de Europese Unie een beschermde status. Het betreft bescherming als zogenaamde beschermde geografische aanduiding (BGA). Deze bescherming is gebaseerd op een Europese verordening die namaak van geregistreerde streekproducten poogt tegen te gaan. De verordening is in 1992 door de Europese Raad opgesteld en sindsdien kent de Europese Unie drie beschermingscategorieën voor streekproducten, namelijk:

  • de beschermde oorsprongsbenaming (BOB) zoals de Opperdoezer Ronde (aardappel)
  • de beschermde geografische aanduiding (BGA) zoals de Westlandse druif (Druif)
  • de gegarandeerde traditionele specialiteit (GTS) zoals Boerenkaas (Kaas)

Er wordt on line een register bijgehouden van streekproducten die zijn erkend in één van deze categorieën. Op de lijst staan vele honderden Europese streekproducten zoals Feta kaas uit Griekenland, Kriek bier uit België en Gorgonzola uit het noorden van Italie.

Voor elk beschermd product gelden wel strenge regels: Zo moet er sprake zijn van een vast procedé en een afgebakend gebied waar wordt geproduceerd. De producten worden voorts door de verordening in principe alleen binnen de EU beschermd tegen namaak.

De Goudse en Edammer Kazen worden beide gekwalificeerd als een beschermde geografische aanduiding (BGA) wat dus meebrengt dat kaasfabrikanten elders ter wereld hun producten niet meer zo mogen noemen. Ze mogen wel varianten op die namen blijven gebruiken.

Met deze beslissing komt een einde aan een discussie die in 2003 begon. De Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) diende toen de aanvraag voor het bijzondere predicaat voor de kazen in. Vervolgens ontstond rond de Edammer en de Gouda een harde strijd.

Met name Duitsland, Tsjechië en Polen verzetten zich in Europees verband tegen een bijzondere status voor Gouda en Edammer uit Nederland. Fabrikanten uit die drie EU-lidstaten gebruikten de namen ook al. Half september werd al aangekondigd dat de Edammer en Goudse kazen hoogstwaarschijnlijk onder dit regime gebracht zouden gaan worden. Thans is dat dus bevestigd. Met deze beslissing heeft Nederland 9 streekproducten onder deze regeling gebracht.


Ruim baan voor innovatie!

7 oktober 2010

Een nieuwe Europese strategie om de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten te versnellen, maakt de weg vrij voor nieuwe banen en groei.

De “Innovatie-Unie”, een van de vlaggenschepen van Europa 2020, moet de innovatie in Europa stimuleren en versnellen, en tegelijkertijd een einde maken aan hindernissen die voorkomen dat goede ideeën snel op de markt komen.

Dit houdt onder meer in dat de publieke en de privésector samen innovatiepartnerschappen oprichten om innovaties sneller op de markt te brengen. Zo komt er meer geld vrij voor onderzoek en ontwikkeling, worden investeringen beter op elkaar afgestemd, en kunnen regels en normen actueel worden gehouden, afgestemd op de economische realiteit van vandaag.

Gebieden waarop de Europese Commissie de samenwerking tussen overheid en privésector wil verbeteren, zijn onder meer klimaatverandering, energie-efficiëntie, gezond leven, slimme steden en mobiliteit, grondstoffen en duurzame landbouw.

Het eerste partnerschap, dat in 2011 van start moet gaan, gaat zich bezig houden met de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten die gericht zijn op actief en gezond ouder worden.

Onderzoek en ontwikkeling zijn enorm belangrijk rol voor de innovatie. Daarom probeert dit beleid ook de kloof tussen Europa enerzijds en de VS en Japan anderzijds te dichten door de investeringen in O&O op te voeren tot 3% van het bbp.

Uit een nieuwe studie  blijkt dat dat 3,7 miljoen nieuwe banen kan opleveren en voor een extra groei van bijna 800 miljard per jaar kan zorgen. Daarvoor zijn één miljoen nieuwe onderzoekers nodig.

De Innovatie-Unie streeft ook naar een eenvoudigere toegang tot kapitaal en geschoold personeel, naar minder bureaucratische rompslomp en naar goedkopere octrooiaanvraagprocedures.

De voorstellen behelzen indicatoren om het marktaandeel van snelgroeiende bedrijven te meten en universiteiten te ranken. Ook is het de bedoeling dat er meer over de grenzen heen geïnvesteerd wordt in risicoprojecten.


Sara Lee aangeklaagd wegens plagiaat

21 juni 2010

Nestlé klaagt Sara Lee aan vanwege het op de markt brengen van kopieën van Nespressocupjes in Frankrijk.

Het Zwitserse bedrijf verklaart dat ze concurrentie geen probleem vindt, maar dat ze nu stappen ondernemen omdat er inbreuk is gemaakt op hun ideeën.

In april werd ook het merk Ethical Coffee Co ontwikkeld, de oprichter was een voormalig directeur van Nespresso.

Nestlé wil niet reageren, want dat kan negatief uitpakken voor het vervolg van het proces. De kans is groot dat er juridische stappen ondernomen zullen worden. Nestlé claimt 1700 patenten te hebben die het merk beschermen.

Legaal
In de afgelopen maanden hebben zowel Sara Lee als Ethical Coffee Co een kopie van de nespresso cupjes op de markt gebracht. Sara Lee claimt dat ze niets fout heeft gedaan “Wij zijn er zeker van dat al onze productideeën op legale wijze verkregen zijn.” Het voedingsconcern is niet bang voor uitkomst van deze zaak.

Lees ook op VMT online


Bavaria Babes op het WK: “Paniekvoetbal van de FIFA”

16 juni 2010

Waar het grote oranje tijdens de eerste wedstrijd van het WK geen potten kon breken, stal een team met oranje dames van Bavaria de show. Ruim dertig Zuid-Afrikaanse en Nederlandse vrouwen waren maandag uitgedost als Deense supporters het voetbalstadion in Johannesburg binnengekomen om de wedstrijd Denemarken – Nederland te bekijken. In de eerste helft van de wedstrijd stripte de groep uit het rood-wit van Denemarken en werden oranje jurkjes van het biermerk getoond die daaronder verborgen zaten. De FIFA kwalificeerde deze actie als ambush marketing en liet daarom na afloop van de wedstrijd deze ‘Bavaria-Babes’ oppakken. Ook dertig meiden die in de oranje jurken de fanzone betraden, werden verwijderd.

Zelden heeft een ambush marketing actie zoveel publiciteit gegenereerd, maar vooral ook zoveel verontwaardiging gewekt als nu.

Ambush marketing is een bekend verschijnsel bij grote evenementen zoals het WK Voetbal of de Olympische Spelen. Grote merken sluiten nog grotere contracten om zich te verbinden aan het betreffende evenement, maar eisen daarvoor exclusiviteit. Zo heeft Budweiser zich als enig biermerk voor een bedrag tussen de 25 en 30 miljoen euro verbonden aan dit WK. De concurrentie probeert vervolgens zo goedkoop mogelijk en op creatieve wijze een graantje mee te pikken. Er spelen dus grote belangen een rol. Ook in Nederland is dat niks nieuws. Bekende voorbeelden uit het verleden zijn de lowenhose van (wederom) Bavaria in 2006 en de roeptoeter van Heineken in 2004 Op het WK in 2002 slaagde Nike erin vlaggetjes uit te delen aan de ingang van het stadion, wat vele toeschouwers deed denken dat Nike de officiële sponsor was.

 Nog niet eerder werd een ambush marketing actie echter zo in beeld gebracht en ook niet eerder is de grondslag van het aanpakken van de actie zo discutabel als nu. 

Op zich geeft de Zuid-Afrikaanse wet de bond de mogelijkheid om, samen met de politie, te onderzoeken of er sprake is van verboden ‘ambush marketing’. De Zuid-Afrikaanse Trade Practice Act en de Merchandise Marks Act verbieden elke vorm van ambush marketing. De wet kwalificeert ambush marketing zelfs als een strafbaar feit. De overtreder kan naast een boete ook een gevangenisstraf krijgen. Bij verdenking van ambush marketing, mag de politie verdachten verhoren om te onderzoeken of er sprake is van strafbare feiten.

Maar het is maar helemaal de vraag of daar in dit geval sprake van is. Want hoewel je aan je water voelt dat deze actie slim is uitgekiend door Bavaria, is het merk of de naam van Bavaria niet zichtbaar op de jurk terug te vinden. Sterker, Nederlandse supporters die met de ‘makarapa’, het WK gadget van Heineken, naar het stadion kwamen, mochten wel met het attribuut naar binnen, mits zij de merknaam Heineken zouden doorkrassen. In dat kader is de actie, en dan vooral door de impact ervan, moeilijk te begrijpen.

De FIFA heeft inmiddels een aanklacht ingediend tegen Bavaria. Zij legt de Nederlandse bierbrouwer een verkapte marketingactie ten laste. ,,De FIFA heeft een aanklacht ingediend tegen de organisatoren van deze campagne”, aldus woordvoerder Nicolas Maingot. Hij stelt verder: ,,De aanklacht is niet gericht tegen de vrouwen die hierbij betrokken waren.”  Dat laatste is echter weer niet te rijmen met het laatste nieuws dat op 16 juni jl, 2 van de 36 vrouwen van hun bed zijn gelicht en opnieuw zijn aangehouden. De FIFA speelt dan ook paniekvoetbal.

 Bert-Jan van den Akker

ie@dvan.nl


Auteursrecht in de snackbar

8 juni 2010

 Vandaag deed de rechtbank in Amsterdam uitspraak in een kwestie over namaak van sausdispensers. De rechtbank stelde vast dat een sausdispenser moet worden aangemerkt als een werk in de zin van de Auteurswet omdat naast technisch bepaalde onderdelen er nog genoeg creatieve keuzemogelijkheden overblijven om een dergelijk apparaat een eigen identiteit mee te geven.  Als voorbeeld noemt de rechbank de vorm van de doseereenheid en het zuigerhuis.

Omdat de dispenser en gebruiksaanwijzing van gedaagde nagenoeg identiek zijn aan die van eiser neemt de rechtbank vervolgens  inbreuk aan. De rechter overweegt daartoe: 

De door HoloxTurk op de markt gebrachte en van Mutfak betrokken dispenser is nagenoeg identiek aan die van Hovicon. Ter zitting zijn beide exemplaren getoond aan de voorzieningenrechter en zij heeft,ook nadat zij hulp kreeg van de raadslieden van beide partijen en van de griffier, enige tijd nodig gehad om een tweetal minieme verschillen te kunnen ontdekken. De verschillen betreffen een licht afwijkende vorm van de handgreep en een klein tandje op de doseereenheid. Deze verschillen zijn te gering om van een afwijkende totaalindruk van de dispensers te kunnen spreken. Er is dan ook sprake van een ongeoorloofde verveelvoudiging als bedoeld in artikel 13 Aw. Het verweer van HoloxTurk dat zij dispenser niet zelf produceert en er dus geen sprake kan zijn van “verveelvoudiging”  gaat niet op. Niet weersproken is dat HoloxTurk in ieder geval tot op de dag van de zitting in dit kort geding deze dispenser aanbood via haar website door middel van het plaatsen van een foto van een dispenser op die website. Dit kan worden geacht onder het begrip “verveelvoudiging” te vallen.”

Dat de rechter inbreuk vaststelt is niet zo verwonderlijk. Immers, als zelfs de griffier niet meer direct verschillen vast stelt, zullen die er ook wel niet zijn. Wat wel opvallend is aan deze uitspraak is het relatieve gemak waarmee aan een technisch product als een sausdispenser auteursrechtelijke bescherming wordt toegekend. Zeker nu dit wordt onderbouwd met de stelling dat er nog genoeg creatieve keuzes overblijven. Dit terwijl datgene wat noodzakelijk is om een techtnisch effect te verkrijgen van auteursrechtelijke bescherming is uitgesloten, ongeacht of er nog andere keuzes overblijven of niet. Wordt ongetwijfeld vervolgd.